Voor uw hypotheken en verzekeringen
Bel ons direct: 023 - 545 80 95

Hypotheek begrippen

A

Aankoopwaardegarantieverzekering De aankoopwaardegarantieverzekering is een verzekering die in de vorm van zowel koopsom als premiebetaling is af te sluiten bij de aankoop van de woning. De verzekering dient om u te beschermen tegen een waardedaling van het huis.

Aanvangsschuld Hoogte van de oorspronkelijke hypothecaire geldlening.

Acceptatie van hypotheekofferte Door de hypotheekofferte te ondertekenen, sluit u de overeenkomst met de bank. Zolang de hypotheekakte nog niet is gepasseerd door de notaris kunt u er nog vanaf.

Administratiekosten De kosten die een hypotheekinstelling in rekening brengt voor het behandelen van een hypotheekaanvraag.

Afkoopwaarde De afkoopwaarde is het bedrag dat wordt uitgekeerd bij voortijdige beëindiging van een levensverzekering. Dit is de tot dat moment opgebouwde waarde van de levenpolis eventueel verminderd met diverse kosten.

Aflossingsschema De manier waarop bij de verschillende hypotheekvormen de aflossing van de schuld plaats heeft.

Aflossingsvrije hypotheek Een aflossingsvrije hypotheek is een hypotheekvorm waar alleen de betaling van de verschuldigde rente verplicht is en die onder bepaalde voorwaarden zelfstandig of in combinatie met een andere hypotheekvorm gesloten kan worden.

Afsluitkosten Dit is het bedrag dat de geldgever in rekening brengt bij het afsluiten van de hypotheek.

Annuïteitenhypotheek De annuïteitenhypotheek is een klassieke hypotheekvorm waarbij de som van de rente en aflossing, zonder invloed van rentewijziging of extra aflossingen, gelijk blijft. Daarbij neemt in het verloopt van de hypotheek het rentebestanddeel af en het aflossingsbestanddeel toe.

Annuleringskosten Sommige geldverstrekkers brengen kosten in rekening wanneer u afziet van een hypotheek, terwijl u de offerte eerder had geaccepteerd.

Antispeculatiebeding Beperkende voorwaarde die de gemeente of de vorige eigenaar stelt aan de verkoop van uw huis. Meestal moet u bij verkoop binnen een aantal jaren (een deel van) de winst afstaan.

B

Bandbreedterente Variatie op een variabele rente. Het is een vaste rente met over het algemeen een boven- en een ondermarge (bandbreedte) van een contractueel vastgelegd rentepercentage. Wanneer de marktrente de marge overschrijdt wordt ‘vaste’ rente verhoogd of verlaagd. De verhoging of verlaging is ter grootte van het verschil tussen de boven/ondermarge en de marktrente.

Bankgarantie Een verklaring waarin de bank garant staat voor de borgsom die de koper aan de verkoper moet betalen, indien de koper ingebreke blijft. Deze verklaring dient als alternatief voor het daadwerkelijk storten van de borgsom.

Bankspaarhypotheek Bij de bankspaarhypotheek spaart u voor de aflossing van uw hypotheek via een geblokkeerde spaarrekening. U betaalt een vast bedrag aan hypotheekrente en een bedrag voor uw spaarrekening. De spaarrekening heeft een gegarandeerde waarde op einddatum, die gelijk is aan het bedrag van de hypothecaire lening.

Basisrente Is het laagste tarief van een bepaalde renteduur die onder de standaardcondities wordt verstrekt.

Belastbaar inkomen Het inkomen dat bepalend is voor de belastingheffing. Het belastbaar inkomen wordt vastgesteld via het boxenstelsel en bestaat o.a. uit inkomen uit arbeid en eigen woning, bijtellingen (zoals auto van de zaak en eigenwoningforfait) en aftrekposten (zoals betaalde hypotheekrente en betaalde alimentatie).

Beleggingshypotheek Hypotheek waarbij de aflossing op einddatum geschiedt door middel van een periodiek gestort bedrag dat is vastgesteld op basis van een minimaal te verwachten rendement.

Bereidstellingsprovisie Als u de geldigheidstermijn van een offerte wilt verlengen, betaald u hiervoor, in geval van een rentestijging, soms een bepaald bedrag.

Bijleenregeling Ook wel Beperking Aftrek Hypotheekrente. In praktijk betekent deze regeling dat u de overwaarde op uw oude huis bij verhuizing volledig moet gebruiken als financiering voor uw nieuwe huis, althans, als u de rente wilt blijven aftrekken.

BKR Bijna alle leningen die u aangaat worden geregistreerd bij het Bureau Kredietregistratie in Tiel (BKR). Deze registratie is van invloed op de hoogte van het hypotheekbedrag dat u kunt lenen. Daarnaast registreert het BKR of u de afbetalingen op deze leningen tijdig voldoet. Zoniet dan kunt u een A-codering krijgen (achterstandscodering). Met zo’n codering is het moeilijk om een hypotheek te krijgen, maar niet onmogelij

Boeterente De boeterente is een bedrag dat de geldverstrekker in rekening brengt bij het vroegtijdig aflossen van de hypotheek wanneer de rentevaste periode nog niet is verstreken en niet wordt voldaan aan een geldige reden van aflossing.

Boetevrije aflossing Vrijgesteld bedrag, meestal uitgedrukt in een percentage van het (oorspronkelijk) geleende hypotheekbedrag, dat jaarlijks boetevrij mag worden afgelost op de hypotheek. De meeste geldverstrekkers hanteren een percentage tussen de 10 en 20% .

Bouwdepot Wanneer u een woning laat bouwen, moeten er op verschillende momenten rekeningen worden betaald. Hiervoor wordt op het moment van het kopen van de grond de gehele hypotheek afgesloten. Het geld wordt gestald op een aparte rekening. Hiervan worden de rekeningen betaald. Over het bedrag in depot ontvangt u rente.

Bouwfinanciering Een gereserveerd bedrag specifiek voor een nieuwbouwwoning. Het hele hypotheekbedrag wordt op een rekening gezet, waarvan u de bouwtermijnen betaalt. Over het gereserveerde bedrag ontvangt u rente van de bank.

Bouwrente De bouwrente is de hypotheekrente die u betaalt ten behoeve van een huis, dat nog gebouwd moet worden.

Bouwtermijnen De gedeeltes van de totale koop-/aanneemsom die, vooraf vastgesteld, periodiek in rekening worden gebracht bij de koper.

Box I Met deze box krijgt iedereen te maken. In deze box valt inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen woning en winst uit onderneming. Hier vindt ook de verrekening plaats van de hypotheekrenteaftrek.

Box II Wanneer u in het bezit bent van meer dan 5% aandelen van een vennootschap (men noemt dit aanmerkelijk belang) wordt u belast in deze box. Daarvoor geldt een vast tarief van 25%.

Box III Alles wat niet in de eerste twee boxen valt komt in Box III. In de praktijk gaat het om bezittingen zoals spaartegoeden, beleggingen en onroerend goed (dat niet dient als hoofdwoning) en schulden zoals consumptieve leningen en een hypotheek op een tweede woning. De fiscus gaat uit van een fictief rendement van 4% over het saldo van uw bezittingen en schulden. Dit rendement wordt belast met 30%. Dit komt neer op 1,2% belasting over uw vermogen (vermogenrendementsheffing).

Boxenstelsel Bij de nieuwe belastingwetgeving 2001 wordt uw inkomen verdeeld over drie boxen. Het zogenaamde boxenstelsel. Elke belastingbox kent zijn eigen tarief.

Bufferrente Zie bandbreedterente.

C

Click-vast rente Variabele rente waarbij men contractueel een plafond afspreekt tot waar de variabele rente kan stijgen. Wanneer de variabele rente het plafond ‘raakt’ klikt de rente vast tegen dat rentepercentage tot het einde van de vooraf gestelde duur van de ‘click-vast’-periode.

Conversiekosten De kosten die u moet betalen als u van de ene rentevaste periode overgaat naar de andere, ook wel verlengingskosten.

D

Dagrente De rente die geldt op een bepaalde dag voor een nieuw af te sluiten hypotheek met een bepaalde rentevaste periode. Dit geldt ook voor een verlenging van de rentevaste periode.

Depotrente De rente die u ontvangt over het saldo van uw bouwdepot.

Disagio Een gedeelte van de hypotheekrente bij aanvang van de hypotheek ineens te voldoen.

E

Economische looptijd De periode waarin de hypothecaire lening volgens het bij de verstrekking overeengekomen aflossingsschema geheel zou moeten worden afgelost. Vaak is dit 30 jaar.

Effecthypotheek Hypotheek waarbij de aflossing op einddatum geschiedt door middel van een éénmalig gestort bedrag bij aanvang dat is vastgesteld op basis van een minimaal te verwachten rendement. Dit bedrag kan mee zijn geleend in de hypotheek.

Effectieve rente Het rentepercentage dat men over zijn hypotheekschuld betaalt, waarbij rekening wordt gehouden met bijkomende kosten van een hypotheek, afsluitprovisie en het tijdstip waarop de hypotheekrente is verschuldigd (vooraf, achteraf, per maand of per kwartaal).

Eigendomsbewijs Wanneer de transportakte van het huis bij de notaris is ondertekend en de nieuwe eigenaar vervolgens is ingeschreven bij het kadaster ontvangt de nieuwe eigenaar een afschrift, het eigendomsbewijs.

Eigen geld Geld waarover u vrij de beschikking heeft om bijvoorbeeld een deel van de eigen woning te financieren of aan te wenden voor een optimale hypotheek.

Eigenwoningforfait De denkbeeldige inkomsten uit de eigen woning uitgedrukt in het zogenoemde eigenwoningforfait. Bij de aangifte inkomstenbelasting dient dit forfait bij het inkomen te worden opgeteld. De hoogte van deze fiscale huurwaarde is een bepaald percentage van de WOZ-waarde (Wet Onroerende Zaakbelasting) van de woning. De WOZ-waarde is de waarde van de woning in lege staat en wordt door de gemeente bepaald.

Eigenwoningrente Term die wordt gehanteerd voor leningen (niet alleen hypotheek) die dienen voor aankoop, onderhoud of verbetering aan de woning. Hierdoor komen zij in aanmerking voor hypotheekrenteaftrek in Box I.

Erfpacht Het zakelijk gebruiksrecht voor een stuk grond dat niet in eigendom is. De vergoeding hiervoor noemt men erfpachtcanon.

Erfpachtcanon De aftrekbare periodieke (gemeentelijke) heffing op grond dat in erfpacht is uitgegeven.

Executie Gedwongen openbare verkoop van het onroerend goed.

Executiewaarde De geschatte waarde van het pand bij gedwongen openbare verkoop.

Expiratiedatum De datum dat een contract of afspraak afloopt. Bijvoorbeeld de einddatum van een verzekering of rentevaste periode.

Extra aflossing Een aflossing die u, hetzij verplicht (opgelegd door de geldverstrekker), hetzij vrijwillig, doet boven het bedrag dat u in de gekozen hypotheekvorm af moet lossen.

Extra storting Een extra premiebetaling aan de verzekeringsmaatschappij waarmee u de looptijd van uw verzekering kan verkorten of u periodieke premie verlagen.

F

Financieringskosten De kosten van het financieren van het nieuwe huis of van de vervangende hypotheek.

Fiscaal aftrekbaar Van uw belastbaar inkomen af te trekken, zoals hypotheekrente en kosten die samenhangen met het verkrijgen van de financiering.

Fiscaal voordeel Het bedrag dat u minder aan loon/inkomstenbelasting en sociale premies hoeft te betalen in verband met onder andere hypotheekrenteaftrek.

G

Garantiecertificaat Een bewijs dat wordt afgegeven door het G.I.W. (Garantie Instituut Woningbouw), waarmee wordt aangegeven dat nieuwbouwwoningen onder bepaalde kwaliteit worden gebouwd en gegarandeerd zullen worden (af)gebouwd.

Gemeenschap van Goederen Een manier van huwen, waarbij beide echtgenoten voor 50% eigenaar van de gezamenlijke eigendommen.

Gemengde verzekering Een levensverzekering die een bedrag uitkeert bij overlijden voor- of bij in leven zijn op een bepaalde datum van verzekerde(n). Een gemengde verzekering keert dus altijd uit.

Gezondheidsverklaring Formulier met persoonlijke gezondheidsvragen. Het dient te worden ingevuld bij de aanvraag van een verzekering met een overlijdens- of arbeidsongeschiktheidsdekking. Bij twijfel over de gezondheid en bij hoge verzekerde bedragen kunnen er aanvullende vragen of een medische keuring worden geëist.

Grondrente Rentevergoeding voor de grondkosten tussen het moment van aankoop en moment van daadwerkelijke overdracht.

H

Heffingskorting Vaste korting op de totale belastingsom (in plaats van belastingvrije som) in het huidige belastingstelsel (2001). Naast deze algemene korting zijn er nog extra kortingen zoals ouderenkorting en arbeidskorting.

Herbouwwaarde Het (getaxeerde) bedrag dat benodigd is om een woning, die bijvoorbeeld is afgebrand, te herbouwen. Deze waarde is nodig voor een opstalverzekering en kan worden opgenomen in een taxatierapport.

Hoofdelijke aansprakelijkheid Bij het aangaan van een verplichting, bijvoorbeeld een hypotheek, stelt men één of meerdere personen persoonlijk aansprakelijk voor de verantwoordelijkheden die aan die verplichting zitten.

Huurbeding Opgelegde beperking van de vrijheid van verhuren van de woning door een geldverstrekker.

Huwelijkse voorwaarden Voor het huwelijk wordt vastgelegd welke vermogensbestanddelen aan wie toebehoren. Toekomstig vermogen komt op naam van degene op wiens naam het is ingebracht.

Hybrideverzekering Universal Life verzekering waarbij naast de beleggingsfondsen op basis van (beleggings)rendement ook een fonds kan worden gekozen op basis van een vergoeding gelijk aan de hypotheekrente die wordt betaald aan de onlosmakelijk verbonden hypotheeksom. Een combinatie tussen beleggen en sparen.

Hypothecaire geldlening Geldlening die verstrekt wordt met als zekerheid een onroerend goed, waarop een hypotheek ten gunste van de geldverstrekkers wordt gevestigd.

Hypothecaire inschrijving Een hypotheek wordt ingeschreven in het zogenaamde hypotheekregister. Daarin staat het bedrag en perso(o)n(en) die de hypotheek is/zijn aangegaan. Men kent meerdere soorten inschrijvingen: de bankhypotheek, de krediethypotheek en de vast inschrijving.

Hypotheek Een notarieel vastgelegd zekerheidsrecht op een onroerende zaak, dat regelt dat de onroerende zaak onder bepaalde voorwaarden dient als onderpand voor een vordering.

Hypotheekakte Een hypotheekakte is de overeenkomst tussen u en de hypotheekinstelling, opgesteld door de notaris.

Hypotheekaktekosten De kosten die de notaris berekent voor het passeren van de hypotheekakte, vermeerderd met de kosten van inschrijving in het hypotheekregister.
Hypotheekgever De eigenaar van de onroerende zaak, die het recht van hypotheek verleend.

Hypotheeknemer De instelling die de financiering verstrekt en daarom het recht van hypotheek krijgt.

Hypotheekregister Een door het kadaster gevoerde openbare administratie waarin alle gevestigde hypotheken staan geregistreerd.

Hypotheekrente De vergoeding die men verschuldigd is voor de hypothecaire lening. De rente over schulden die zijn aangegaan voor aankoop of verbetering van de eerste eigen woning zijn aftrekbaar van het belastbare inkomen.

I

Inboedelverzekering Verzekering tegen brand en andere schadedekkingen van roerende zaken.

Inschrijving Inschrijving van de hypotheek in de openbare registers, die er voor zorgt dat de hypotheek van kracht wordt. Inschrijving wordt verzorgd door de notaris en dient zo snel mogelijk na het passeren van de hypotheekakte plaats te vinden.

J

Juridische looptijd Periode waarvoor de overeenkomst is afgesloten en de rente is vastgelegd. Met andere woorden de duur van de eerste rentevaste periode.

K

Kadaster Rijksinstelling waar iedere onroerende zaak staat geregistreerd. Tegen betaling van kosten kan iedereen bij het Kadaster informeren wie de eigenaar is van een onroerende zaak. Bij het Kadaster wordt ook het Hypotheekregister bijgehouden. Zo kan er altijd worden gecontroleerd of er op een bepaalde onroerende zaak een hypotheek is verstrekt.

Kettingbeding Verplichting die opvolgend wordt opgelegd aan nieuwe eigenaren van bijvoorbeeld het onroerend goed.

Keurmerk Hypotheek Bemiddeling Keurmerk dat wordt verstrekt door de onafhankelijke Stichting Keurmerk Hypotheek Bemiddeling. Het Keurmerk is in het leven geroepen door o.a. consumentenorganisaties om aan klanten duidelijkheid te verschaffen over de professionaliteit en kwaliteit van hypotheekbemiddelaars.
KEW Afkorting van Kapitaalverzekering Eigen Woning. Deze verzekering is gekoppeld aan de hypotheek die rust op een woning die dient als hoofdwoning, waardoor de uitkering vrijgesteld is van belasting wanneer deze wordt uitgekeerd. De maximale vrijstelling van deze uitkering wordt jaarlijks door de fiscus vastgesteld.

Koop-/aanneemsom Het bedrag dat voor een nieuwbouwwoning betaald moet worden, te weten een koopsom voor de grond en een aanneemsom voor de bouw van de woning. De koop-/aanneemsom kan worden verhoogd met bouwrente.

Koop-/aannemingsovereenkomst (Voorlopige) overeenkomst tot koop van (bouw)grond en (af)bouw van een woning.

Koopsom Het bedrag dat u voor het nieuwe huis moet betalen.

Koopsubsidie De koopsubsidie verlaagt de hypotheeklasten. Als u binnen de inkomensgrenzen van de Huursubsidiewet valt, dan kunt u in aanmerking komen voor koopsubsidie. Het kopen van een woning is mogelijk tot maximaal € 131.950 inclusief bijkomende kosten. De benodigde lening mag maximaal € 105.550 bedragen. Afhankelijk van het inkomen en de hoogte van de hypothecaire lening, bedraagt de koopsubsidie maximaal ?€ 168,14 per maand. De koopsubsidie kan worden aangevraagd bij de geldverstrekker die de hypotheek verstrekt. Koopsubsidie wordt alleen toegekend in combinatie met een lening met NHG. U profiteert zodoende ook nog eens van de voordelen van NHG.

Kosten koper (k.k.) De koper neemt de overdrachtsbelasting en notariskosten voor zijn rekening, dit in tegenstelling tot Vrij Op Naam (v.o.n.).

Krediethypotheek Bekend als hypothecaire inschrijving en hypotheekvorm waarbij opname en aflossing vrij zijn tot aan de hoogte van de inschrijving.

L

Levenhypotheek Een levenhypotheek is een hypotheekvorm waarbij de aflossing geschiedt door middel van een verpande levensverzekering die uitkeert aan het einde van de looptijd en/of bij overlijden.

Lineaire hypotheek Klassieke hypotheekvorm waarbij de bruto last bestaat uit de aflossing (het hypotheekbedrag gedeeld door de looptijd) vermeerdert met de rente over het openstaande hypotheeksaldo.

Lijfrente Een levensverzekeringsvorm waarbij de uitkering van het opgebouwde kapitaal of verzekerde bedrag bij overlijden verplicht periodiek wordt uitgekeerd in een vooraf vastgestelde termijn en looptijd. Er is een mogelijkheid de premies af te trekken van de belasting of de uitkering onbelast te maken voor de fiscus.

Lijfrenteaftrek Door de fiscus vastgestelde maximale bedragen van aftrekbare premies voor een lijfrentevoorziening.

M

Makelaarscourtage Kosten die de makelaar u in rekening brengt voor de begeleiding bij het kopen of verkopen van een huis.

Margerente Zie bandbreedterente.

Meeneemfaciliteit Mogelijkheid om een hypotheek binnen een bepaalde periode mee te nemen naar een andere woning.

Meerwerk-/verbeteringskosten De kosten waarmee u wordt geconfronteerd, als u bij een nieuwbouwwoning meer werk laat verrichten dan in het bestek is voorzien, of bij een bestaande woning verbeteringen laat aanbrengen.

N

Nationale Hypotheek Garantie (NHG) Nationale Hypotheek Garantie staat voor een landelijke overheidsregeling, waarbij de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen borg staat voor de betaling van uw rente en aflossing. Uw inkomen, de lening en de woning moeten voldoen aan de normen van het Waarborgfonds. Uw hypotheek mag maximaal € 240.000,- (2005) bedragen, dit is inclusief alle bijkomende kosten. Met NHG krijgt u bij veel geldverstrekkers korting op de hypotheekrente.

NIBUD Nederlands Instituut voor Budgetvoorlichting.

Nominale rente De rente op jaarbasis, die in twaalf maandelijkse termijnen betaald dient te gaan worden. Zie ook ‘Effectieve rente’.

Notariskosten De notaris berekent kosten voor het opstellen van de hypotheekakte en de overdrachtsakte (ook wel transportakte genoemd).

O

Onroerende Goed Grond en alles wat er zich aard- en nagelvast op bevindt.

Onroerende Zaak Belasting (OZB) Een belasting op een onroerende zaak, opgesplitst in een gebruikersdeel en een eigenaarsdeel. Als eigenaar/bewoner dient u beide te betalen.

Ontbindende voorwaarden Voorwaarden in het koopcontract, op grond waarvan bij niet nakoming de overeenkomst ontbonden kan worden.

Oplevering Moment waarop de (ver)bouw van een woning is voltooid en wordt vrijgegeven aan de (nieuwe) bewoner.

Opstalverzekering Verzekering die schade dekt aan de woning zelf.

Open eind Levensverzekering zonder definitieve einddatum.

Optie Tijdelijke overeenkomst tussen verkoper en aspirant-koper, waarbij de aspirant-koper gedurende een periode het eerste recht van koop heeft tegen een afgesproken prijs. Verkoper verkoopt in die periode niet aan een ander.

Overbruggingskrediet Lening om de tijd te overbruggen tussen de aankoop van de nieuwe en de verkoop van de oude woning, indien er op dat laatste moment eigen geld vrijkomt.

Overdraagbare premie De subsidie die overgaat van de oude naar de nieuwe eigenaar van een premiewoning.

Overdrachtsakte Deze maakt de notaris op bij de koop en de verkoop van onroerende zaken. Deze akte wordt ingeschreven bij het kadaster.

Overdrachtsbelasting Deze belasting wordt geheven bij overdracht van een bestaand huis en bedraagt 6% van de aankoopwaarde. Meestal betaalt de koper deze belasting. Voor een nieuwbouwwoning is geen overdrachtsbelasting verschuldigd. In sommige gevallen geldt dit wel voor de grond.

Overheidsbijdrage Subsidie die de overheid uitkeert bij (sociale) koop- of premiewoningen.
Overlijdensrisicoverzekering Een verzekering die tot uitkering komt als de verzekerde komt te overlijden en die het mogelijk maakt dat de nabestaande(n) in de woning kan/kunnen blijven wonen, omdat de hypotheek kan worden afgelost of verlaagd. Het kan bij sommige hypotheken verplicht worden gesteld.

Oversluiten De huidige hypotheek opnieuw afsluiten op andere voorwaarden en meestal tegen een lagere rente. Dit kan ook bij een andere instelling. In de meeste gevallen zijn oversluitkosten verschuldigd. Als de nieuwe hypotheek wordt afgesloten bij een andere instelling of bij een verhoging van het leningsbedrag dient u ook rekening te houden met de kosten van een nieuwe hypotheekakte.

Overstapfaciliteit Mogelijkheid om over te stappen van een variabele rente naar een vaste rente.

Overwaarde Het verschil tussen de waarde van een pand en de hypotheekschuld, voor zover deze positief is. Dit is ‘stil’ vermogen, besloten in een woning.

P

Pandrecht Geeft de pandhouder de mogelijkheid rechten uit te oefenen op een levensverzekering. Een verpande verzekering mag u alleen met toestemming van de pandhouder wijzigen.

Passeren Het ondertekenen van de hypotheek- en transportakte bij de notaris, waardoor deze geldig worden.

Plafondrente Zie bandbreedterente.

Premiedepot Het premiedepot is een aan de hypotheek verpande geblokkeerde renterekening bedoeld om (een deel van) de premies te betalen van de eveneens aan de hypotheek verpande levensverzekering.

Premievrij maken Op verzoek en in overleg met de maatschappij kan de premiebetaling van een levensverzekering worden stopgezet terwijl de waarde behouden blijft en de verzekering blijft doorlopen. Vaak gebeurt dit bij een hoge poliswaarde en genoeg aantal jaren betaalde premie (volgens de Belastingwetgeving 2001).

Premiewoning Nieuwbouwwoning die door de overheid gesubsidieerd wordt, in de vorm van een eenmalige of periodieke bijdrage. Regelingen verschillen van gemeente tot gemeente.

Projecthypotheek Bij nieuwbouwprojecten bieden hypotheekinstellingen soms een hypotheek aan tegen een lagere rente of afsluitkosten dan normaal. De lagere rente vervalt meestal bij renteherziening.

Pro Resto hoofdsom De nog openstaande (hypothecaire) schuld na aftrek van alle (administratieve) aflossingen en kosten.

R

Rechtsbijstandverzekering Verzekering die voorziet in rechtshulp bij juridische zaken.

Rekenrente De wettelijk verplichte vaste rente over het betaalde bedrag bij traditionele levensverzekeringen.

Renteverlies tijdens bouw Hypotheekrente, door u verschuldigd tijdens de bouw van een huis. Deze last heeft u naast uw huidige woonlasten. Vaak kunt u renteverlies meefinancieren, zodat u niet met dubbele woonlasten zit.

Rentebedenktijd Bepaalde periode waarbinnen de rente voor een vaste termijn kan worden vastgezet. Vaak een periode van één of twee jaar, zodat u een geschikt moment kunt afwachten.

Renteherziening Moment waarop een rentevaste periode afloopt en een nieuwe rentevaste periode gekozen moet worden.

Rentemiddeling Een nieuw rentepercentage vaststellen door het rentepercentage van de voorgaande hypotheekperiode op te tellen bij het nieuwe (dag)rentepercentage en beide (gewogen) te delen. Deze rentemiddeling vindt vaak plaats bij een hypotheekverhoging voor een verbouwing of bij verhuizing.

Renteopslag Een opslag op de basisrente. Bijvoorbeeld in het geval van een tophypotheek.

Renteselect Zie bandbreedterente.

Rentevaste periode De hypotheekrente wordt bij het afsluiten van de hypotheek voor een bepaalde periode overeengekomen (bijvoorbeeld 5 of 10 jaar). Na de rentevaste periode wordt de rente op de renteherzieningsdatum aangepast aan de dan gelden rentestand, voor een nieuwe door u te kiezen periode.

Restschuld Het gedeelte van de oorspronkelijke lening dat nog open staat.

Roerende zaken Alles wat niet nagel- en aardvast is verbonden aan een onroerend goed.

Royeren Uitschrijven/doorhalen van een hypotheek uit het Hypotheekregister.

S

Servicekosten Kosten voor collectief onderhoud, collectieve verzekeringen en overige voorzieningen aan een onroerend goed. Bewoners/eigenaren van flats, appartementen en gesplitste woningen hebben met servicekosten te maken.

Spaarhypotheek Hypotheekvorm, ook wel bekend als Verbeterde Levenhypotheek, waarbij de aflossing geschiedt door middel van een gemengde verzekering en waarbij de vergoeding over een berekening van de spaarpremie bepaald wordt door de hypotheekrente.

Stabielrente Zie bandbreedterente.

Starterslening De starterslening is een aanvullende lening op een reguliere hypotheek, waarmee het verschil tussen de kosten van de aankoop van de woning en de maximaal mogelijke lening voor de koper kan worden overbrugd. De Starterslening wordt verstrekt voor maximaal 30 jaar en is in elk geval de eerste 3 jaar renteloos en aflossingsvrij. Na drie jaar wordt, op basis van uw dan geldende persoonlijke situatie, bekeken of er rente en aflossing over de Starterslening betaald kan worden. Voor de Starterslening wordt een tweede hypotheek gevestigd op de woning. De Starterslening is in een beperkt aantal gemeenten mogelijk. Iedere gemeente stelt zelf de voorwaarden vast om in aanmerking te komen. De aanvrager moet echter altijd een hypotheek afsluiten met Nationale Hypotheek Garantie.

Stichtingskosten Alle kosten inclusief meerwerk die worden gemaakt voor de aankoop van een nieuwbouwwoning.

Successierechten Na overgang van eigendommen na overlijden dient de ervende nieuwe eigenaar belasting te betalen.

T

Taxatie Waardebepaling van het huis op een bepaald moment. De taxatie dient gedaan te worden door een erkende taxateur. De kosten zijn afhankelijk van de waarde van het huis.

Testament Schriftelijk (door de notaris) vastgestelde bepaling van een erfgenaam, die specifieker is dan het wettelijke erfrecht.

Tophypotheek Indien het hypotheekbedrag hoger is dan een bepaald percentage (afhankelijk van de geldverstrekker) van de executiewaarde, spreekt men van een tophypotheek.

Transportakte Overdrachtsakte, die de notaris opmaakt bij de koop en verkoop van onroerende zaken en die wordt ingeschreven bij het kadaster.

Tweede hypotheek In bepaalde gevallen is het mogelijk een tweede hypotheek af te sluiten op eenzelfde pand, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van overwaarde.

Tweeverdienershypotheek Hypotheek die alleen verstrekt wordt in een huishouding waar sprake is van twee (vaste) inkomens.

U

Unit Participatie (aandeel) in een beleggingsfonds.

Unit-linked verzekering Verzekering waarbij er gespaard wordt door te beleggen in één of meer beleggingsfondsen. Het spaardeel wordt gebruikt om ‘units’ aan te kopen. Vaak kan worden gekozen uit o.a. aandelen-, obligatie- en mixfondsen.

Universal-Life verzekering Verzekering opgezet vanuit het Universal-Life principe waarbij de ingelegde premies worden belegd in units. Die units worden weer verkocht om bepaalde dekkingen bij overlijden en arbeidsongeschiktheid te financieren. Deze vorm van verzekeren kenmerkt zich door een hoge mate van flexibiliteit.

V

Variabele rente U betaalt geen vast percentage, maar een rente die per maand of kwartaal varieert.

Vaste inschrijving Vermelding in het hypotheekregister waarbij sprake is van een zogenaamd dalend hypotheekrecht. De geldverstrekker mag dan niet meer vorderen dan de nog openstaande hypotheekschuld vermeerderd met rente en kosten.
Vereniging van eigenaren Als het eigendom van een pand (appartement, gesplitste woning) over meerdere eigenaren is verdeeld, vormen de eigenaren gezamenlijk een vereniging. Deze vereniging is wettelijk verplicht.

Vermogensrendementsheffing Term voor de wijze waarop in Box III het vermogen minus de schulden wordt belast. In de regel komt deze belasting neer op een tarief van 1,2% over huidige vermogen na aftrek van mogelijke vrijstellingen.

Verpanding Via hypotheekakte vastgelegde verplichting dat (bijvoorbeeld) een levensverzekering onlosmakelijk verbonden is aan een hypotheek als aflossingsverplichting.

Verwervingskosten Het totaal benodigde bedrag om het huis te kunnen kopen (verwerven).

Voorfinanciering De subsidie op premiewoningen of (sociale) koopwoningen kan door de bank worden voorgeschoten en tussen de overheid en bank worden verrekend.

Voorlopige teruggaaf Een eigen woning bezitter mag onder andere de hypotheekrente opvoeren als aftrekpost inkomstenbelasting. Dat leidt tot een belastingteruggave, die in plaats van per jaar achteraf ook per maand achteraf kan worden uitbetaald. U ontvangt dan een voorlopige teruggave rechtstreeks van de Belastingdienst. Eventueel te veel of te weinig terug ontvangen belasting wordt achteraf verrekend met de definitieve aanslag inkomstenbelasting.

Voorlopig koopcontract Overeenkomst waarin alle zaken, inclusief de ontbindende voorwaarden, zijn opgenomen met betrekking tot de koop- en verkoop van onroerend goed. De aanduiding ‘voorlopig’ heeft enkel betrekking op het gegeven, dat de notaris voor de uiteindelijke eigendomsoverdracht moet zorgen. ‘Voorlopig’ moet dan ook niet verward worden met ‘vrijblijvend’!

Vrij op naam (v.o.n.) De verkoper neemt de notariskosten en overdrachtsbelasting voor zijn rekening.

Vrije sector Categorie nieuwbouwwoningen boven een bepaald prijsniveau.

Vrije verkoopwaarde De geschatte waarde van de woning bij vrijwillige verkoop, onder meest optimale condities.

W

Waarborgsom Mogelijke zekerheidsstelling bij een koop van een (bestaande) woning voor de verkoper tot aan transportdatum waarbij de koper een bedrag (tot 10% van de afgesproken koopsom) overmaakt aan de notaris. Dit kan ook via een bankgarantie.

Weduweverklaring Verklaring bij verzekeringsvorm waarbij, ter besparing van het successierecht, de echtgenoot/echtgenote van de geldnemer als eerste bevoordeelde voor het verzekerde kapitaal bij overlijden aangewezen wordt. Dit onder de verbintenis dat deze de uitkering aanwendt voor de aflossing van de hypotheekschuld.

Wet Brede Herwaardering Verzekeringswet van 1992 tot en met 2000 die vermogensopbouw via kapitaalverzekeringen beperkt op basis van vrijstellingen, duur en maximale inleg. Sinds de invoering van de belastingherziening 2001 inhoudelijk gedeeltelijk opgenomen in het nieuwe boxenstelsel via overgangsrecht en vaste bepalingen en vrijstellingen in Box I en Box III.

Woonlasten Het bedrag dat u per jaar voor het bewonen van uw huis moet betalen.

WOZ Wet Waardering Onroerende Zaken. Draagt zorg voor een uniforme waardering van alle onroerende zaken in Nederland, die in de belastingheffing worden betrokken. De wet verplicht gemeenten éénmaal per vier jaar waarde van een onroerend goed vast te stellen, op basis waarvan uw onroerende zaakbelasting en huurwaardeforfait worden bepaald.